Secondary menu

Teelthandleiding graszaad - groeiregulatie

15/06/2005 - G.E.L. Borm - PPO-agv

Waar gaat dit over?

In dit hoofdstuk van de teelthandleiding graszaad is informatie te vinden over de groeiregulatie van graszaad.

Algemeen

Vroegtijdige legering kan zeer nadelig zijn voor de zaadopbrengst van graszaadgewassen. Legering voor of tijdens de bloei belemmert de bestuiving waardoor de bevruchting achterblijft. Doordat de bloeiwijzen elkaar beschaduwen verloopt de zaadvulling bij legering na de bloei niet optimaal. Hierdoor wordt een groter deel van de zaden niet voldoende gevuld die bij de oogst dan ook verloren gaan.
In de afrijpingsfase is voor soorten die loszadig zijn zoals raaigrassen en roodzwenk legering wel gewenst. Bij te geringe legering zullenl onder invloed van wind de bloeiwijzen anders tegen elkaar slaan waardoor er zaadverlies ontstaat.
In verband met het gevaar van legering is men in de graszaadteelt vrij terughoudend met de hoogte van de stikstofgift. Zeer vroegtijdige legering kan bij natte weersomstandigheden tot doorwas leiden wat het oogsten bemoeilijkt en tot hogere droogkosten van het geoogste zaad kan leiden.
Vanaf teeltseizoen 2000 is de groeiregulator Moddus toegelaten in de zaadteelt van raaigrassen. Vanaf 2004 is dit product in alle zaadgewassen toegelaten.
De effecten van de toepassing van Moddus hangen af van de soort, het gewasstadium en de omstandigheden rondom de toepassing. In het onderzoek dat aan de toelating vooraf ging is vooral aandacht besteed aan het effect van de hoogte van de dosering en het gewasstadium. Daarnaast is uitgebreid onderzocht of door de toepassing van Moddus de economisch optimale stikstofgift hoger lag. Dit onderzoek is alleen uitgevoerd bij Engels raaigras, roodzwenkgras en veldbeemdgras.
Het effect op de lengte van het gewas en legering was bij alle drie deze soorten sterker naarmate de dosering hoger was en Moddus later werd toegepast.

Afbeelding 1. Groeiremming (tijdelijk) door toepassing Moddus in Engels raaigras (links bespoten, rechts onbehandeld)

Engels raaigras

Het optimale gewasstadium voor toepassing van Moddus (0,8 l/ha) is voor deze soort gewasstadium DC31-33 (één tot drie knopen). De gemiddelde opbrengstverhoging in vier proeven van deze toepassing bedroeg gemiddeld 190 kg zaad per ha. Een vroegere of latere toepassing leidde tot een minder positief effect op de zaadopbrengst.
Ui het uitgevoerde onderzoek kwam naar voren dat voor overjarige gewassen van het grasveldtype zowel een (met 45 kg N/ha) verhoogde stikstofbemesting (van 165 naar 210 kg N/ha) als de toepassing van Moddus aanbeveling verdient.
Als globale richting voor Zuidwest- en Centraal Nederland kan voor een toepassing in gewasstadium DC31-33 zes weken voor de doorschietdatum worden aangehouden.
Voor éénjarige gewassen (waarbij geen onderzoek aan rassen van het grasveldtype is uitgevoerd) zou een keuze gemaakt kunnen worden uit het verhogen van de stikstofgift (met 45 kg N/ha) ten opzichte van het oude stikstofadvies dan wel de toepassing van Moddus.
Bij toepassing van Moddus in de praktijk kwam naar voren kwam dat de rassen van het grasveldtype soms wat gevoeliger waren. De gewassen waarbij kort voor de toepassing van Moddus duist is bestreden lijken soms ook gevoeliger.

Afbeelding 2. DC31-33, optimale gewasstadium voor toepassing Moddus in Engels raaigras

Roodzwenkgras

Het optimale gewasstadium voor toepassing van Moddus (0,8 l/ha) is gewasstadium DC33-37 (3-7 knopen, net voor pluim zichtbaar wordt). De gemiddelde opbrengstverhoging in drie proeven van deze toepassing bedroeg bij een gangbare stikstofgif 114 kg zaad per ha. Een vroegere toepassing leidde tot een minder positief effect op de zaadopbrengst.
Bij overjarige gewassen kon bij toepassing van Moddus de zaadopbrengst met 100 kg per ha worden verhoogd (gemiddelde drie proeven) door verhoging van de stikstofgift met 35 kg per ha (van 90 naar 125 kg N/ha). Bij eerstejaarsgewassen verdient een verhoogde stikstofgift als Moddus wordt toegepast geen aanbeveling omdat dit (gemiddeld over drie proeven) niet tot een duidelijke meeropbrengst leidde.

Figuur. Invloed van het toepassingstijdstip van Moddus (0,8 l/ha) op de mate van legering (1 = recht op, 10 = plat) bij eerstejaars roodzwenkgras te Lelystad in 2002

Afbeelding 3. DC33-37, optimale gewasstadium voor toepassing Moddus in roodzwenkgras

Veldbeemdgras

Het optimale gewasstadium voor toepassing van Moddus (0,8 l/ha) is gewasstadium DC 31-33 (1-3 knopen). De gemiddelde opbrengstverhoging in drie proeven van deze toepassing bedroeg bij een gangbare stikstofgift 91 kg zaad per ha, waarbij ook het afvalpercentage afnam (0,7%). Een latere toepassing leidde tot een minder positief effect op de zaadopbrengst.
De toepassing van Moddus in eerstejaarsgewassen veldbeemd moet als standaard teeltmaatregel worden ontraden, maar kan in overjarige gewassen worden aanbevolen. Na toepassing van Moddus leek het gewas in een aantal proeven vatbaarder voor ziekten. Bij toepassing van Moddus nam de zaadopbrengst niet toe door een verhoogde stikstofbemesting zodat hiervan kan worden afgezien.
Doordat veldbeemdgras niet bijzonder legeringsgevoelig is, zijn de resultaten met de toepassing van Moddus minder aansprekend dan bijvoorbeeld in roodzwenkgras.

Overige soorten

In de praktijk zijn ook goede ervaringen opgedaan met de toepassing van Moddus in andere soorten, zoals rietzwenkgras. In deze soort kan de toegepaste dosering wat lager zijn (0,4 – 0,6 l/ha).