Secondary menu

Ziektebestrijding in veldbeemdgras

15/03/2002 - G. Borm, R. Kassies en W. v.d. Berg - PPO-agv

Waar gaat dit over?

Het voorlichtingsadvies t.a.v. de ziektebestrijding in graszaadgewassen in de herfst is beperkt tot de grassoort veldbeemd en dan nog wel tot de ziekte meeldauw. Het gehanteerde bestrijdingscriterium (30 procent van het aantal oude bladeren is door meeldauw aangetast) is vanuit het onderzoek maar matig onderbouwd. Bovendien wordt de betekenis van de in de herfst veelal vaker voorkomende aantasting door roest en de mate van ontwikkeling van het gewas buiten beschouwing gelaten. In het uitgevoerde onderzoek is getoetst wat voor effect een ziektebestrijding in de herfst heeft op de gewasontwikkeling en de ziekteaantasting indien deze ziektebestrijding al dan niet wordt gecombineerd met een ziektebestrijding kort voor bloei in het voorjaar.
Uit het onderzoek is gebleken dat het effect van een fungicidebespuiting in het voorjaar op de zaadopbrengst groter was dan van een herfstbespuiting, dat een voorjaarsbespuiting gemiddeld zeer rendabel was en dat een herfstbespuiting gemiddeld matig rendabel was. Het effect van een herfstbespuiting op de zaadopbrengst toonde geen duidelijke samenhang met de mate van ontwikkeling van het gewas. Een herfstbespuiting leidde veelal wel tot een sterkere ontwikkeling van het gewas, zowel voor als na de winter.

Inleiding

Het voorlichtingsadvies t.a.v. de ziektebestrijding in graszaadgewassen in de herfst is beperkt tot de grassoort veldbeemd en dan nog wel tot de ziekte meeldauw. Het gehanteerde bestrijdingscriterium (30 procent van het aantal oude bladeren is door meeldauw aangetast) is vanuit het onderzoek maar matig onderbouwd. Bovendien wordt de betekenis van de in de herfst veelal vaker voorkomende aantasting door roest en de mate van ontwikkeling van het gewas buiten beschouwing gelaten.
De betekenis van de aantasting door roest in de nazomer/herfst is toegenomen, doordat in de veldbeemdteelt geen Tribunil meer als onkruidbestrijdingsmiddel mag worden toegepast. Dit herbicide had o.a. roestbestrijding als nevenwerking.
In het uitgevoerde onderzoek is getoetst wat voor effect een ziektebestrijding in de herfst heeft op de gewasontwikkeling en de ziekteaantasting indien deze ziektebestrijding al dan niet wordt gecombineerd met een ziektebestrijding kort voor bloei in het voorjaar. In het PAV-onderzoek, dat Horeman in de periode 1986 -1988 heeft uitgevoerd, bleek dat een voorjaarsbespuiting met een fungicide kort voor bloei bij veldbeemdgras gemiddeld niet rendabel was.

De beginhypothese voor het uitgevoerde onderzoek was dat een ziektebestrijding in de herfst niet nodig is indien het gewas sterk ontwikkeld is, maar wel nodig is als een nog zwak ontwikkeld veldbeemdgewas door schimmelziekten (o.a. roest) wordt aangetast.

Proefopzet

Om een verschil in gewasontwikkeling binnen één proef te krijgen, werd op drie verschillende tijdstippen veldbeemdgras in open land gezaaid. Met het vroege zaaitijdstip (Z1) werd gepoogd een gewasstructuur te verkrijgen die aansluit bij een overjarig gewas. Met een zaaitijdstip op het aanbevolen tijdstip (1e helft juli) voor open-landzaai (Z2) werd een normale gewasstructuur voor een eerste jaarsgewas nagestreefd en met een laat zaaitijdstip (Z3) een zwakke gewasstructuur.
In de herfst en het voorjaar werd al dan niet een ziektebestrijding uitgevoerd met 1 l Corbel (fenpropimorf, 750 g a.i.) per ha.
In tabel 1 zijn de onderzochte objecten vermeld.

Tabel 1. Overzicht objecten.
Zaaitijd

fungicide (ja of nee)

objectcode

herfst

voorjaar

vroeg

nee

nee

Z1O

nee

ja

Z1V

ja

nee

Z1H

ja

ja

Z1HV

aanbevolen

nee

nee

Z2O

nee

ja

Z2V

ja

nee

Z2H

ja

ja

Z2HV

laat

nee

nee

Z3O

nee

ja

Z3V

ja

nee

Z3H

ja

ja

Z3HV


Voor de zaadoogst in 2001 werd één proef uitgevoerd. De zaaitijdstippen waren: Z1 16 mei; Z2 30 juni en Z3 7 augustus. De fungicidebespuiting in de herfst bij de H- en HV-objecten was op 22 september 2000 en in het voorjaar bij de V en HV-objecten op 30 mei 2001.
De proef werd gespoten met een AZO-proefveldspuit met een werkbreedte van 3 meter met doppen van het type Teejet XR 11003. De spuitdruk bedroeg 2,5 atm en er werd 200 l water per ha toegepast.
Diverse waarnemingen, waaronder ziekteaantasting/dood blad en zaadopbrengst, werden verricht.

Resultaten 2001

  • Een herfstbespuiting met Corbel leidde tot een sterkere ontwikkeling van het gewas voor de winter die ook in het voorjaar nog aanwezig was (betere grondbedekking en iets hogere pluimdichtheid);
  • De interactie die t.a.v. de zaadopbrengst tussen de herfstbespuiting en het zaaitijdstip optrad correspondeerde niet met de beginhypothese. Niet alleen bij een late, maar ook bij vroege zaai werd de zaaopbrengst betrouwbaar verhoogd door een herfstbespuiting. Bij het tussenliggende zaaitijdstip was dat niet betrouwbaar het geval. De achterliggende reden hiervan betreft vermoedelijk verschillen in ziektesituatie (met name oranje-strepenroest) die voor het tussenliggende zaatijdstip minder gunstig waren;
  • Een bespuiting met Corbel kort voor de bloei van het gewas verhoogde de zaadopbrengst betrouwbaar. Hierbij trad geen interactie op met de zaaitijd van het gewas of het al dan niet uitvoeren van een herfstbespuiting;
  • De verhoging van de zaadopbrengst na een Corbelbespuiting kort voor bloei kan vermoedelijk worden teruggevoerd tot een wat geringere aantasting van de pluimen door oranje-strepenroest en ascochyta na de bespuiting. De schadelijkheid van deze ziekten wordt hiermee nogmaals onderstreept.

Conclusies

  • Het effect van een fungicidebespuiting in het voorjaar op de zaadopbrengst was groter dan van een herfstbespuiting.
  • Een voorjaarsbespuiting was gemiddeld zeer rendabel. Een herfstbespuiting was gemiddeld matig rendabel.
  • Het effect van een herfstbespuiting op de zaadopbrengst toonde geen duidelijke samenhang met de mate van ontwikkeling van het gewas.
  • Een herfstbespuiting leidde veelal wel tot een sterkere ontwikkeling van het gewas, zowel voor als na de winter.
  • Verschillen in opbrengst tussen de 18 combinaties van proef en zaaitijd van de zaadopbrengsten bij onbehandeld konden worden voorspeld met de ziekteaantastingen, met name op blad 1 + blad 2;
  • Bij de 4e beoordeling (circa 14 dagen na bespuiting gewas in voorjaar (gewas in pluim)) was er binnen de proeven een afname van de zaadopbrengst bij toename van oranje-strepenroest en meeldauw op blad 2 en bij toename percentage dood blad 1 en percentage door blad 2 (P<0.05);
  • Het effect op de zaadopbrengst van de najaarsbestrijding was het grootst bij de proeven met hoge aantasting met bladvlekkenziekte op tijdstip 1 (kort voor herfstbespuiting). Het effect van de voorjaarsbestrijding was het groots bij de proeven met hoge aantasting met oranje-strepenroest op tijdstip 3;
  • Het verband tussen de aantasting door oranje-strepenroest respectievelijk bladvlekkenziekte en de verhoging van de zaadopbrengst door een voorjaars- dan wel najaarsbespuiting met een fungicide is te laag om harde schadedrempels te formuleren. Dit is terug te voeren op de grote spreiding die werd verkregen.