Rassenbulletin bladrammenas (voorjaarszaai)

Bladrammenas kan bij inzaai in het voorjaar een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van het organische stofgehalte en kan vooral een goede bestrijding geven van o.a. het witte bietencysteaaltje. Naarmate het groeiseizoen langer kan zijn, is de bestijding beter. Om zaadvorming te voorkomen moet er wel één of enkele keren gemaaid worden. Omdat gele mosterd geen hergroei geeft na maaien, is dit gewas niet geschikt voor een lang groeiseizoen.
Aan de hand van de resultaten van pottenproeven wordt de bietencysteaaltjesresistentie ingedeeld in de klassen 70 tot 90% reductie (Pf/Pi-waarde 0,1 – 0,3) en meer dan 90% reductie (Pf/Pi < 0,1). Rassen met een lagere reductie worden niet op de rassenlijst opgenomen.
Bij de rassenkeuze is voorts de score voor laatheid bloei van belang. Hoe beter de score, hoe later er gemaaid hoeft te worden. De score voor grondbedekking is van belang in verband met de onkruidonderdrukking en de score voor hergroei is van belang in verband met het herstel van het gewas na het maaien.
Omdat voorjaarszaai van bladrammenas op kleigrond weinig meer gebeurt en omdat vroege zaai van bladrammenas op zandgrond toeneemt, wordt de onderzoekslocatie verschoven van kleigrond in Flevoland naar zandgrond in Limburg (De Peel). In 2009 is het onderzoek in beide regio's uitgevoerd.
Een interessante ontwikkeling hierbij is dat er rassen op de rassenlijst komen met resistentie tegen Meloidogyne chitwoodi (maïswortelknobbelaaltje).
In het onderzoek worden 200 kiemkrachtige zaden per m2 gezaaid in mei. Het maaien gebeurt voor er kiemkrachtige zaden gevormd worden bij de vroegste rassen. Dit is als de vroegste zaden nog groen en waterig zijn. Het kan zinvol zijn om enkele dagen voor het ploegen nogmaals te maaien om te voorkomen dat er een natte, moeilijk verteerbare massa onder in de bouwvoor komt.

Overzicht raseigenschappen bladrammenas voor voorjaarszaai; gemiddelde over de jaren 2004 t/m 2009, onderzoek uitgevoerd op kleigrond in Flevoland en sinds 2009 op zandgrond in Limburg
Rasnaam 1) Rubricering 2) Resistentie tegen witte bietencysteaaltje 3) Snelheid grondbedekking 4) Laatheid bloei 4) Hergroei na maaien (> 50% bloei) 4)
Rassenlijstrassen
Doublet A < 0,1 7 8,5 7,5
Final A < 0,1 6,5 8,5 7
Adios A < 0,1 7 8 7
Corporal A < 0,1 7,5 7,5 7
Ramses A < 0,1 7 8,5 6
Consul A < 0,1 6,5 8,5 6
Radical A 0,1 - 0,3 7 8 7,5
Adagio A 0,1 - 0,3 7 8 6,5
Adam A 0,1 - 0,3 7,5 7,5 6,5
Defender A 0,1 - 0,3 7 8 6
Terranova A 0,1 - 0,3 6,5 8 6,5
Maximus N < 0,1 7,5 8,5 7,5
Respect N < 0,1 6,5 9 7,5
Contra N < 0,1 7 8,5 6,5
Image N < 0,1 7 8 6
Reflex N < 0,1 6,5 8,5 5,5
Evergreen N 0,1 - 0,3 6,5 9 6,5
Guillotine N 0,1 - 0,3 7,5 8 6,5
Anaconda N 0,1 - 0,3 7 75 6,5
Drie jaar onderzocht
Radetzky   - 6,5 8,5 8,5
Dracula   - 6 8,5 9
1) De volgorde van de rassen is gebaseerd op 1) de rubricering, 2) bca-resistentie, 3) de combinatie van snelheid grondbedekking, laatheid bloei en hergroei, 4) laatheid bloei, 5) snelheid grondbedekking, 6) hergroei, 7) rasnaam
2) Rubricering in de Rassenlijst: A = algemeen aanbevolen ras; B = beperkt aanbevolen ras; N = nieuw aanbevolen ras
3) Pf/Pi-waarde: laag cijfer betekent hoge mate van resistentie; Pf/Pi < 0,1 = BCA 1; - = niet bekend
4) Een hoog cijfer betekent resp. een vlotte grondbedekking, laat bloeiend, goede hergroei na maaien

Terug naar het begin van deze brochure

BijlageGrootte
Rassenbulletin bladrammenas 2010 (pdf - 2 pagina's)162.36 KB
Rassenbulletin bladrammenas 2009 (pdf - 2 pagina's)188.87 KB
Rassenbulletin bladrammenas 2008 (pdf - 2 pagina's)135.96 KB