Rassenbulletin bladrammenas (voorjaarszaai)

11/01/2013 - J. Wander - DLV Plant

Waar gaat dit over?

In het rassenbulletin bladrammenas vindt u de meest actuele informatie over eigenschappen en opbrengsten van bladrammenas bij voorjaarszaai.

Sinds enkele jaren worden er bladrammenasrassen op de aanbevelende rassenlijst geplaatst met resistentie tegen het maïswortelknobbelaaltje ( Meloidogyne chitwoodi ). Van de A- en N-gerubriceerde rassen hebben 9 rassen deze resistentie. Dit quarantaine-organisme met een groot aantal waardplanten komt steeds vaker voor. Het telen van een resistent ras komt minimaal overeen met zwarte braak. Rassen met deze resistentie hoeven voor opname op de rassenlijst geen resistentie te hebben tegen het witte bietencysteaaltje. Aan de hand van de resultaten van pottenproeven wordt de bietencysteaaltjesresistentie ingedeeld in de klassen 70 tot 90% reductie (Pf/Pi-waarde 0,1 – 0,3) en meer dan 90% reductie (Pf/Pi < 0,1).

Bladrammenas kan bij inzaai in het voorjaar een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van het organische stofgehalte en kan vooral een goede bestrijding geven van o.a. het witte bietencysteaaltje. Naarmate het groeiseizoen langer kan zijn, is de bestijding beter. Om zaadvorming te voorkomen moet er wel één of enkele keren gemaaid worden. Bij de rassenkeuze is voorts de score voor laatheid bloei van belang. Hoe beter de score, hoe later er gemaaid hoeft te worden. De score voor grondbedekking is van belang in verband met de onkruidonderdrukking en de score voor hergroei is van belang in verband met het herstel van het gewas na het maaien.
Omdat voorjaarszaai van bladrammenas op kleigrond weinig meer gebeurd en omdat vroege zaai van bladrammenas op zandgrond toeneemt, is de onderzoekslocatie verschoven van kleigrond in Flevoland naar zandgrond in Limburg (De Peel).

In het onderzoek worden 200 kiemkrachtige zaden per m2 gezaaid in mei. Het maaien gebeurt voor er kiemkrachtige zaden gevormd worden bij de vroegste rassen. Dit is als de vroegste zaden nog groen en waterig zijn. Het kan zinvol zijn om enkele dagen voor het ploegen nogmaals te maaien om te voorkomen dat er een natte, moeilijk verteerbare massa onderin de bouwvoor komt.

Tabel. Overzicht raseigenschappen bladrammenas voor voorjaarszaai gemiddeld over de jaren 2006 t/m 2011, onderzoek uitgevoerd op kleigrond in Flevoland t/m 2009 en sinds 2009 op zandgrond in Limburg.
Rasnaam 1) Rubricering 2) Resistentie tegen witte bietencysteaaltje
(Pf/Pi-waarde) 3)
Resistentie tegen M. chitwoodi 4) Snelheid grondbedekking 5) Laatheid bloei 5) Hergroei na maaien (> 50% bloei)5)
Rassenlijstrassen
DoubletA< 0,1R787
MaximusA< 0,17,58,57
RespectA< 0,16,597
ContraA< 0,178,57
RamsesA< 0,178,57
FinalA< 0,168,58
ConsulA< 0,16,58,57
CorporalA< 0,1787
AdiosA< 0,16,586,5
ReflexA< 0,16,58,55,5
ImageA< 0,16,586
RadetzkyA0,1-0,3R6,58,58
DraculaA0,1-0,3R68,58,5
TerranovaA0,1-0,3R6,58,56,5
AnacondaA0,1-0,3R7,57,56,5
GuillotineA0,1-0,37,586,5
RadicalA0,1-0,37,586,5
AdagioA0,1-0,3787
EvergreenA0,1-0,36,58,56,5
DefenderA0,1-0,37,586
AdamA0,1-0,37,57,56,5
CosmosN< 0,178,57,5
ValenciaN0,1-0,3R7,58,56,5
MelotopN0,1-0,3R78,56,5
EdwinN0,1-0,3 78,56,5
CarwoodiN> 0,3R6,58,55,5
Tajuna (VDR27000)N0,1-0,3R6,586,5
Nemaflex (Joo-Rs-09-02)N0,1-0,3 797,5
Baracuda (Joo-Rs-09-03)N0,1-0,3 78,56
Concorde (POR 9302)N0,1-0,3 87,56
3 jaar onderzocht
POR 1001-6,58,57
2 jaar onderzocht
POR 1101-R7,58,57,5
Joo-10-Rs-01-R78,58
PRO 1102 -R887
Joo-10-Rs-05-78,56

1) : De volgorde van de rassen is gebaseerd op 1) de rubricering, 2) BCA-resistentie, 3) resistentie M. chitwoodi, 4) de combinatie van snelheid grondbedekking, laatheid bloei en hergroei, 5) laatheid bloei, 6)snelheid grondbedekking, 7) hergroei, 8) rasnaam.
2) : Rubricering in de Rassenlijst: A = algemeen aanbevolen ras; B = beperkt aanbevolen ras; N = nieuw aanbevolen ras.
3) : Pf/Pi-waarde; laag cijfer betekent een hoge mate van resistentie; Pf/Pi-waarde < 0,1 = BCA 1; - = niet bekend.
4) : R = resistent tegen het maïswortelknobbelaaltje ( M. chitwoodi ); relatieve vatbaarheid t.o.v. het gemiddelde van de niet resistente rassen Radical en Siletina kleiner dan 6%.
5) : Een hoog cijfer betekent resp. een vlotte grondbedekking, late bloei, goede hergroei.