Invloed van middel A tijdens de bewaring van aardappelen op de Rhizoctonia-onderdrukking in het veld
| Waar gaat dit artikel over? |
|
Bij de teelt van aardappelen kan Rhizoctonia grote schade toebrengen. Ter voorkoming van schade kan vóór het poten een knolbehandeling of tijdens het poten een knol/grondbehandeling worden uitgevoerd. Rhizoctonia is een schimmel die in de bodem aanwezig is en ook door aardappelen wordt overgebracht. Middel A wordt toegepast tijdens de bewaring om pootaardappelen kiemvrij te bewaren. In de praktijk is gebleken dat middel A ook de Rhizoctonia-aantasting bij opkomst vermindert. Alles wijst op een lagere vitaliteit van Rhizoctonia tijdens de opkomst van de planten. Om dit te ondersteunen is in het bewaarseizoen 2004-2005 en 2005-2006 in opdracht van Hoofdproductschap Akkerbouw een bewaarproef uitgevoerd op het PPO in Lelystad en Valthermond. Daarnaast is in het groeiseizoen van 2005 en van 2006 een veldproef uitgevoerd om de effecten van middel A op Rhizoctonia tijdens het groeiseizoen te kunnen beoordelen. De 2 x 50 + wekelijks constant (object O) en in iets mindere mate de 2 x 50 + Advies (object N) toediening van middel A gaven in een consumptieras een betrouwbare verlaging van de vitaliteit van Rhizoctoniasclerotiën, minder zwaar aangetaste stengels, meer stengels per plant en minder knolmisvorming. De netto-opbrengst werd door de behandeling met middel A verbeterd en bleef niet ver achter bij de Moncereenbehandeling bij verschillende niveaus van Rhizoctoniadruk op de knol. De hoogste doseringen van middel A waren rendabel. Met een zetmeelras waren de adviesbehandeling, wekelijks constant of dagelijks constant het meest rendabel en bleven weinig achter bij de Moncereenbehandeling. Samenvattend kan gesteld worden dat wanneer een behandeling met middel A wordt uitgevoerd om de kieming van aardappelen in de bewaring tegen te gaan, hiermee ook een bestrijding van de Rhizoctonia op de knol verkregen wordt. Extra hoge doseringen aan het begin van de bewaring toegediend leiden tot een nog betere bestrijding die in de consumptieteelt of bij hogere rhizoctoniabesmettingen ook rendabel zijn. |
| Inhoudsopgave | ||
|
||
1.1 Onderzoek 2004-2005
In de winter van 2004-2005 is een bewaarproef uitgevoerd op het PPO in Lelystad en is een aantal bewaarstrategieën ook aangelegd op het PPO in Valthermond. Verder is in het groeiseizoen van 2005 een veldproef in Lelystad uitgevoerd om de effecten van middel A op Rhizoctonia tijdens het groeiseizoen te kunnen beoordelen.
De toediening is uitgevoerd in een aantal toedieningschema's. In tabel 1 zijn de behandelingen weergegeven. De behandelingen zijn uitgevoerd op 4 rassen nl: Vivaldi, Santana, Rodeo en Fabula. Er zijn 7 bewaarobjecten in Lelystad aangelegd. Vier van deze objecten zijn ook in Valthermond aangelegd.
Tabel 1: De behandelingen in 2004-05
| Object | Behandeling (zie toedieningschema in rapport) | Locatie |
| A+I | 280 ml advies | Lelystad en Valthermond |
| B+J | 300 ml vroeg | Lelystad en Valthermond |
| C | 221,5 ml advies | Lelystad |
| D | 280 ml dagelijks constant | Lelystad |
| E+K | 300 ml wekelijks constant | Lelystad en Valthermond |
| F+L | 200 ml advies minus 5ml | Lelystad en Valthermond |
| G | Mechanische koeling onbehandeld | Lelystad (koeling) |
| H | Mechanische koeling met moncereenbehandeling kort vóór poten | Lelystad (koeling) |
1.2 Onderzoek 2005-2006
In de winter van 2005-2006 is een bewaarproef uitgevoerd op het PPO in Lelystad. Verder is in het groeiseizoen van 2006 een veldproef in Lelystad en in Valthermond uitgevoerd om de effecten van middel A op Rhizoctonia tijdens het groeiseizoen te kunnen beoordelen.
De toediening met middel A is uitgevoerd in een aantal toedieningschema's (zie tabel 2). De behandelingen zijn uitgevoerd op de twee rassen Seresta (zetmeel) en Vivaldi (consumptie).
Tabel 2: De behandelingen in 2005-06
| Object | Behandeling (zie toedieningschema) |
| A | Advies (280 ml) |
| M | 50 + Advies (305 ml) |
| N | 2 x 50 + Advies (330 ml) |
| D | Dagelijks constant (284 ml) |
| E | Wekelijks constant (300 ml) |
| O | 2 x 50 + wekelijks constant (370 ml) |
| G | Mechanische koeling onbehandeld |
| H | Mechanische koeling met Moncereenbehandeling kort vóór poten |
In tabel 3 is het behandelingsschema weergegeven. De Moncereenbehandeling is kort vóór het poten uitgevoerd.
Tabel 3: Het toedieningschema in ml per behandeling per cel per week
| Object | A | M | N | D | E | O |
| Weeknummer | ||||||
| 45 (november) | - | - | 30 dagen x 2 ml = 60 ml | 15 | 50 | |
| 46 (november) | - | - | 15 | 50 | ||
| 47 (november) | - | - | 15 | 15 | ||
| 48 (november) | - | - | 15 | 15 | ||
| 49 (december) | 25 | 50 | 50 | 31 dagen x 2 ml = 62 ml | 15 | 15 |
| 50 (december) | 25 | 25 | 50 | 15 | 15 | |
| 51 (december) | 25 | 25 | 25 | 15 | 15 | |
| 52 (december) | 25 | 25 | 25 | 15 | 15 | |
| 1 (januari) | 20 | 20 | 20 | 31 dagen x 2 ml = 62 ml | 15 | 15 |
| 2 (januari) | 20 | 20 | 20 | 15 | 15 | |
| 3 (januari) | 20 | 20 | 20 | 15 | 15 | |
| 4 (januari) | 20 | 20 | 20 | 15 | 15 | |
| 1 (februari) | 15 | 15 | 15 | 28 dagen x 2 ml = 56 ml | 15 | 15 |
| 2 (februari) | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 | |
| 3 (februari) | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 | |
| 4 (februari) | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 | |
| 1 (maart) | 10 | 10 | 10 | 10 dagen x 2 ml = 20 ml | 15 | 15 |
| 2 (maart) | 10 | 10 | 10 | 15 | 15 | |
| 3 (maart) | 10 | 10 | 10 | 15 | 15 | |
| 4 (maart) | 10 | 10 | 10 | 15 | 15 | |
| Totaal (ml) | 280 | 305 | 330 | 284 | 300 | 370 |
2.1 Resultaten en Discussies 2004-2005
Om de vitaliteit van de Rhizoctonia op de knollen te beoordelen is o.a. bij het poten de vitaliteit beoordeeld in een tweetal toetsen. Het ging om de vitaliteit van de lakschurft en de aantasting van aardappelkiemen in een labproef. In Figuur 1 zijn de resultaten van deze toetsen weergegeven.
Figuur 1: Gemiddelde van de vitaliteitsindex en de stengelaantastingsindex bij het poten
Uit figuur 1 blijkt dat de lage doseringsobjecten C en F (221,5 ml Advies dagelijks en 200 ml Advies mins 5) betrouwbaar de minste Rhizoctoniabestrijding op de stengels hadden. De hoge doseringsobjecten A+I (280 ml advies), B+J (300 ml vroeg) en E+K (300 ml wekelijks constant) vertoonden in beide toetsen betrouwbaar de beste beheersing.
De opbrengst in tonnen per hectare liet één duidelijk verschil zien. De opbrengst van aardappelen uit de mechanische koeling met een Moncereenbehandeling geeft de hoogste totale opbrengst.
Figuur 2: Opbrengst en het percentage knollen > 70 mm
Behandeling met Middel A levert geen verhoging van de totale opbrengst op, wel hebben de objecten A, B, D en F betrouwbaar minder uitval door misvorming dan de controle. In het onderwatergewicht lieten de behandelingen met zowel Middel A als Moncereen geen significante verschillen zien. De sclerotiënindex (SI-index) op het geoogste product gaf maar enkele verschillen. De SI-index van aardappelen bij koude bewaring met een Moncereenbehandeling was duidelijk lager dan de overige objecten. Behandeling met Middel A tijdens de bewaring levert geen verlaging van de bezetting met sclerotiën op de knol op na de oogst.
2.2 Resultaten en Discussies 2005-2006
Bewaarproef
Om de vitaliteit van de Rhizoctonia op de knollen te beoordelen is o.a. bij het poten de vitaliteit van de Rhizoctonia beoordeeld. In Figuur 1 zijn de resultaten weergegeven
Figuur 3: Gemiddelde vitaliteitsindex per ras bij het poten
Behandeling met Moncereen gaf een duidelijk significant lagere vitaliteit dan de behandelingen met middel A en onbehandeld. De behandelingen A, N en O gaven significant een lagere vitaliteit dan de overige behandelingen. De verschillen leken vooral groter te zijn naarmate er minder lakschurft op de knol aanwezig was.
Veldproef
Figuur 4: Opbrengst en uitval van aardappelen per behandeling
3.1 Conclusie 2004-2005
Het onderzoek is uitgevoerd onder zeer zware Rhizoctoniadruk waardoor vertaling naar de praktijk niet reëel is. Vervolgonderzoek onder minder zware druk zal een betere vertaling naar de praktijk mogelijk moeten maken. De adviesdosering en de wekelijks constante toediening van middel A gaven een betrouwbare verlaging van de vitaliteit van Rhizoctoniasclerotiën, lager % zwaar aangetaste stengels met meer stengels per plant, lager percentage grote knollen per plant en minder misvormde knollen. De netto-opbrengst wordt door de behandeling met middel A niet betrouwbaar verbeterd en blijft ver achter (ca 25%) bij de Moncereenbehandeling.
3.2 Conclusie 2005-2006
De 2 x 50 + wekelijks constant (object O) en in iets mindere mate de 2 x 50 + Advies (object N) toediening van middel A gaven een betrouwbare verlaging van de vitaliteit van Rhizoctoniasclerotiën, minder zwaar aangetaste stengels, meer stengels per plant en minder knolmisvorming. De netto-opbrengst werd door de behandeling met middel A verbeterd en bleef niet ver achter bij de Moncereenbehandeling onder de omstandigheden van deze proef met een verschillende Rhizoctoniadruk. De hoogste doseringen met middel A waren rendabel. In de zetmeelteelt waren de adviesbehandeling, wekelijks constant of dagelijks constant het meest rendabel en bleven weinig achter bij de Moncereenbehandeling.
Samenvattend kan gesteld worden dat wanneer een behandeling met middel A wordt uitgevoerd om de kieming van aardappelen in de bewaring tegen te gaan, hiermee ook een bestrijding van de Rhizoctonia op de knol verkregen wordt. Extra hoge doseringen aan het begin van de bewaring toegediend leiden tot een betere bestrijding die in de consumptieteelt of bij hogere rhizoctoniabesmettingen ook rendabel zijn.

Printvriendelijke versie