Secondary menu

Biologische teelt van graszaad

- Organische bemesting en oogsttechniek bij Engels raaigras in relatie tot rijenafstand -
15/09/2002 - G.E.L. Borm en R. Kassies - PPO-agv

Waar gaat dit over?

Uit eerder onderzoek bleek dat de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding toenamen naarmate de rijenafstand ruimer is. Bij Engels raaigras op zandgrond ging dit tot een rijenafstand van 50 cm iets ten koste van de zaadopbrengst; op kleigrond was er geen nadelig effect van deze ruime rijenafstand op de zaadopbrengst. Onbekend is wat de effecten van een ruime rijenafstand zijn in de biologische teelt met een terughoudend aanbod aan mineralen (met name stikstof) die bovendien overwegend in een organische vorm worden aangeboden. Vanuit de graszaadbedrijven bestaat de vrees dat bij ruime rijenafstanden bij zwadmaaien of van stam dorsen er grotere maaiverliezen zijn.

Beide aspecten zijn in dit project onderzocht en gebleken is dat, zowel bij de organisch als met kunstmest bemeste objecten, een ruime rijenafstand (50 cm) geen negatief effect had op de zaadopbrengst en een wisselend effect op de kwaliteit van de praktijkoogst. De zaadopbrengst bij organische bemesting bleef 10-30% achter bij (100 kg N/ha) kunstmest.

1. Inleiding

Vanaf 1 januari 2004 dienen conform EU-verordening 2092/91 biologische boeren en tuinders binnen de EU gebruik te maken van uitgangsmateriaal (o.a. zaaizaad) dat biologisch is geproduceerd. Dit geldt ook voor de biologische melkveehouders bij het (door)zaaien van grasland en bij de zaai van groenbemesters op alle biologische bedrijven. Met de teelt van biologisch graszaad is in Nederland en ook in de omliggende landen nog weinig ervaring opgedaan.
Uit eerder onderzoek bleek dat de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding toenamen naarmate de rijenafstand ruimer is. Bij Engels raaigras op zandgrond ging dit tot een rijenafstand van 50 cm iets ten koste van de zaadopbrengst; op kleigrond was er geen nadelig effect van deze ruime rijenafstand op de zaadopbrengst. Onbekend is wat de effecten van een ruime rijenafstand zijn in de biologische teelt met een terughoudend aanbod aan mineralen (met name stikstof) die bovendien overwegend in een organische vorm worden aangeboden. Vanuit de graszaadbedrijven bestaat de vrees dat bij ruime rijenafstanden bij zwadmaaien of van stam dorsen er grotere maaiverliezen zijn.
Beide aspecten zijn in dit project onderzocht.

Proefopzet (2001)

Organische bemesting en rijenafstand Engels raaigras

De proef werd in de nazomer van 2000 aangelegd op hetzelfde buiten-proefperceel van de proefboerderij Ontwikkeling BedrijfsSystemen (OBS) waar in de nazomer van 1999 ook de eerste poef werd aangelegd. Dit is geen strikte biologisch perceel. In de voorvrucht zomertarwe, die wel organisch werd bemest, was Perzische klaver gezaaid.

Oogsttechniek en rijenafstand Engels raaigras

De proef werd in de nazomer van 2000 aangelegd op PPO-agv te Lelystad. Om een gewasstructuur te verkrijgen die gelijkenis zou vertonen met een gewas op een biologisch bedrijf werd de proef terughoudend met stikstof bemest. In plaats van een op de geringe bodemvoorraad afgestemde adviesgift bij een gangbare teelt van 155 kg N per ha werd slechts 100 kg N per ha verstrekt.

Verwerking over onderzoeksjaren oogst 2000/2001

Omdat het onderzoek beperkt werd tot twee oogstjaren die sterk van elkaar verschilden, is de statistische verwerking beperkt tot de belangrijkste parameters. Voor de overige parameters wordt verwezen naar de jaarrapportages, waarbij de resultaten over de twee proeven/jaren kunnen worden gemiddeld.

Resultaten en conclusies

Organische bemesting en rijenafstand Engels raaigras (2001)

  • Met de biologische teeltwijze van het tetraploïde ras Elgon bleven de gewassen in het voorjaar langdurig licht en open. Uiteindelijk was de zaadopbrengst toch nog redelijk;
  • De zaadopbrengst bleef bij de organisch bemeste objecten wel sterk achter ten opzichte van de gangbaar en terughoudend met kunstmeststikstof bemeste objecten;
  • De zaadopbrengst was bij de organisch bemeste objecten niet geringer bij de ruime rijenafstand van 50 cm dan bij de rijenafstand van 25 cm. Bij de met kunstmeststikstof bemeste objecten was de zaadopbrengst bij de ruime rijenafstand al dan niet betrouwbaar hoger dan bij de rijenafstand van 25 cm;
  • Van de organisch bemeste objecten was de zaadopbrengst het geringste bij de objecten die voor het ploegen volledig waren bemest met vaste geitenmest. De zaadopbrengst bij de biologisch bemeste objecten was het hoogst indien voor het ploegen was bemest met vaste geitenmest en in het voorjaar runderdrijfmest dan wel vaste kuikenmest werd gestrooid. De zaadopbrengst van de objecten , waarbij de bemesting volledig als runderdrijfmest (in het voorjaar) werd verstrekt, nam een tussenliggende positie in;
  • De stikstofopname door het gewas was vrij gering. Hoewel de temperaturen in het voorjaar gemiddeld hoger waren dan gemiddeld is de mineralisatie vermoedelijk traag op gang gekomen en was de beschikbaarheid van de stikstof uit de organische meststoffen vermoedelijk geringer dan werd aangenomen. De werkingscoëfficiënten van organische meststoffen voor graszaadgewassen dienen vermoedelijk naar beneden te worden bijgesteld;
  • Door o.a. het ontbreken van mogelijkheden om in de herfst een mechanische onkruidbestrijding uit te voeren van de aanwezigheid van opslagplanten van oliehoudende groenbemestingsgewassen moest veel wiedwerk worden uitgevoerd om het gewas voldoende onkruidvrij te krijgen.

Oogsttechniek en rijenafstand Engels raaigras (2001)

  • Naarmate de rijenafstand ruimer was, sloten de gewassen later. Dit gold met name voor het ras Bardessa (diploïd grasveldtype) en in mindere mate voor het (tetraploïde) ras Elgon;
  • De rijenafstand had gemiddeld over de rassen geen betrouwbaar effect op de aardichtheid. Bij Bardessa trad er een niet betrouwbare daling van de aardichtheid op naarmate de rijenafstand ruimer werd;
  • Er was geen duidelijk effect van de rijenafstand op de legering door het gewas;
  • Er was geen duidelijk effect van de rijenafstand op het vochtgehalte van het gedorste zaad bij de praktijkoogstmethodes;
  • Er was geen duidelijk effect van de rijenafstand en de oogstmethode op de kiemkracht van het zaad bij de praktijkoogstmethodes;
  • Bij de oogstmethode zwadmaaien/opraapdorsen was er bij de rijenafstand 37,5 cm een wat lager duizendkorrelgewicht dan bij de nauwere en ruimere rijenafstand;
  • Er traden ook bij de ruime rijenafstanden geen verliezen op als gevolg van het doorknippen van aren bij zwadmaaien of het van stam dorsen. Ook het oprapen van het gezwadmaaide gewas leverde bij de ruime rijenafstanden geen problemen op;
  • De zaadopbrengst bleef bij Elgon bij de praktijkoogstmethodes achter ten opzichte van de oogstmethode met de Hege. Bij het van stam dorsen was de zaadopbrengst bij dit ras betrouwbaar geringer dan bij zwadmaaien/opraapdorsen, met uitzondering van de rijenafstand 37,5 cm. Bij het ras Bardessa (met een geringe zaadopbrengst) was er geen betrouwbaar effect van de oogstmethode en de rijenafstand op de zaadopbrengst. Bij Elgon was alleen bij de zwadmaaien/opraapdorsen de zaadopbrengst bij een rijenafstand van 37,5 cm betrouwbaar geringer dan bij een nauwere en ruimere rijenafstand. Hiervoor is geen duidelijke verklaring;
  • Het vochtgehalte van het gedorste zaad was overeenkomstig de situatie in de praktijk bij het van stam dorsen hoger dan bij zwadmaaien/opraapdorsen.

Verwerking over onderzoeksjaren oogst 2000/2001

Mestsoorten/rijenafstanden

  • Zowel bij de organisch als met kunstmest bemeste objecten had een ruime rijenafstand (50 cm) geen negatief effect op de zaadopbrengst;
  • De zaadopbrengst bij organische bemesting bleef 10-30 procent achter bij (100 kg N/ha) kunstmest;
  • De beschikbaarheid van de stikstof voor het gewas die met organische bemesting werd gegeven, viel in 2001 tegen. De normen voor de werkingscoëfficiënten van de stikstof in organische mest voor de zaadteelt van Engels raaigras dienen neerwaarts te worden bijgesteld;
  • Mede door opslag van uitgevallen zaad van groenbemestingsgewassen die in het verleden werden geteeld, moesten vele uren worden nagewied.

Rijenafstand/oogstmethode

  • Een ruime rijenafstand tot 50 cm vormde geen bezwaar voor de praktijkoogst bij Elgon. Bij Bardessa was dat in 2000 wel het geval bij het van stam dorsen;
  • De aardichtheid nam niet of nauwelijks af bij het verruimen van de rijenafstand tot 50 cm.