Masterplan mineralenmanagement

Logo MMM

Het Masterplan MineralenManagement (MMM) is een initiatief van LTO Nederland, de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en het Productschap Akkerbouw.

1. Aanleiding

Directe aanleiding voor de totstandkoming van het Masterplan mineralenmanagement (MMM) is de voedselzekerheid en de toenemende schaarste van minerale grondstoffen voor de plantaardige productie.

De akkerbouwsector is van mening dat, om in de toekomst aan de toenemende vraag naar plantaardige producten te voldoen, uitbreiding van het areaal ten koste van natuurlijk habitat geen duurzame optie is. De oplossing moet gezocht worden in de meest efficiënte benutting van areaal en nutriënten met een minimale belasting van de omgeving.

Een dergelijke inzet sluit naadloos aan bij de inzet die nodig is om te voldoen aan milieudoelstellingen die vanuit Europees en nationaal beleid van kracht zijn en worden. In 1991 is in Europa de Nitraatrichtlijn vastgesteld en in 2000 de Kaderrichtlijn Water. Deze beide richtlijnen geven de kaders voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. In het kader van het Vierde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2010-2013) en de eerste KRW-stroomgebiedbeheersplannen (2009-2015) zijn de normen, maatregelen en voorschriften grotendeels vastgelegd op zowel landelijk als regionaal niveau. Nederland heeft daarnaast in 2008 het agroconvenant “Schoon en Zuinig” gepresenteerd, waarin concrete doelen zijn geformuleerd om te komen tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 en besparing van energiegebruik.

De akkerbouwsector kiest voor het MMM het jaar 2030 als horizon. Dan zal een emissieneutrale akkerbouw gerealiseerd moeten zijn met als onmisbare pijler behoud van rentabiliteit van teelten.

2. Doelstelling

De akkerbouw streeft naar een emissieneutrale akkerbouw in 2030 waarbij de bijdrage van het landbouwkundig handelen (lees: de verliezen van nutriënten naar bodem, water en lucht) niet hoger is dan de emissie op onbemeste gronden, met maximaal rendement en maximaal gebruik van biodiversiteit.
Op weg naar een emissieneutrale akkerbouw in 2030 zijn voor 2017 de volgende tussendoelen gesteld:

3. Organisatie

Naar analogie van het Masterplan Phytophthora is een Stuurgroep samengesteld met vertegenwoordigers vanuit de Vakgroep Akkerbouw van LTO Nederland, het bestuur van de NAV en de Commissie Teeltaangelegenheden van het Productschap Akkerbouw.

De Projectgroep (niet opgenomen in het organisatieschema) bewaakt de voortgang, voert de werkzaamheden uit en legt verantwoording af aan de Stuurgroep. De Stuurgroep beoordeelt de voortgang en neemt besluiten in het Masterplan Mineralenmanagement (MMM). Deze besluiten worden vervolgens aan de Commissie Teeltaangelegenheden van het Productschap Akkerbouw voorgelegd.

De organisatiestructuur van het Masterplan Mineralenmanagement is in onderstaand organogram weergegeven:

Organisatie MMM

De Commissie Teeltaangelegenheden van het Productschap Akkerbouw is eindverantwoordelijke van het Masterplan Mineralenmanagement. De programmaleiding is in handen van het Productschap Akkerbouw.

De Stuurgroep bestaat uit de volgende leden:

Stuurgroep

Naam

Organisatie

Voorzitter

Jaap Haanstra

LTO Vakgroep Akkerbouw

Secretaris

Anko Postma

LTO Noord

Lid

Joke de Geus

LTO Noord

Lid

Peter Stevens

ZLTO

Lid

Chrit Wolfhagen

LLTB

Lid

Klaas Hoekstra

NAV

Lid

Tjitse Bouwkamp

Productschap Akkerbouw

Adviseur

Jacob Dogterom   

DLV Plant

 

De projectgroep bestaat uit de volgende leden:

Projectgroep

Naam

Organisatie

Voorzitter

Tjitse Bouwkamp

Productschap Akkerbouw

Lid

Anko Postma

LTO Noord

Lid

Mark Heijmans

ZLTO

Lid

Wijnand Sukkel 

WageningenUR

Adviseur

Romke Postma

NMI

Adviseur

Jacob Dogterom

DLV Plant

 

4. Thema´s

Het Masterplan Mineralenmanagement (MMM) bestaat uit vijf hoofdthema’s, namelijk: (1) Timing en management van mineralen, (2) Vitale bodem, (3) Mineralen en klimaat/energie, (4) Mineralenkringlopen en (5) Communicatie.

Naast de bovengenoemde hoofdthema’s valt het algemene bemesting-, bodem- en wateronderzoek van het Productschap Akkerbouw onder de paraplu van het MMM. Met andere woorden; ieder project(voorstel), gerelateerd aan bemesting, bodem en/of water, wordt beoordeeld door de Stuurgroep van het MMM.

Let op! Vanuit onderzoek kan beleid geformuleerd worden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de gepubliceerde projecten/resultaten op deze webpagina direct door (kunnen) worden vertaald naar toekomstige beleidsdoelen, visies en/of strategieën. Onderzoek is namelijk geen beleid! 

1. Timing en management van mineralen

Een renderende teelt/bedrijfsvoering in de akkerbouw binnen de gestelde kaders vraagt om optimaal en efficiënt mineralengebruik. Verbetering van de huidige prestaties, in termen van een hogere benutting en minder verliezen, zijn nodig. Om dit te bereiken is maximale inzet van de huidige kennis noodzakelijk, maar dit is niet voldoende. Verder vernieuwen en innoveren van het mineralenmanagement is cruciaal voor het bereiken van de doelen. Hoe zorgt de akkerbouwer ervoor dat de plant goed getimed door het groeiseizoen juist die mineralen ter beschikking heeft die zorgen voor een optimale groei? Het gaat erom de voedingsstoffen op de juiste plaats, in de juiste hoeveelheid, in de juiste vorm en op het juiste moment voor de plant (het gewas) beschikbaar te hebben. Alleen kan er sprake zijn van een maximale benutting door het gewas, waardoor het overschot en dientengevolge ook de verliezen aan mineralen minimaal zijn. Hiermee wordt gewerkt aan de doelstelling om de milieubelasting van het grond- en oppervlaktewater terug te dringen. Voor het optimaliseren en renderend houden van het mineralengebruik is het aandacht vragen voor en innoveren van het mineralenmanagement dus essentieel.

 

timing en management van mineralen

Timing en management van mineralen: Voedingsstoffen op de juiste plaats, in de juiste hoeveelheid, in de juiste vorm en op het juiste moment voor de plant (het gewas) beschikbaar krijgen. Voor grotere afbeeldingen kunt u op de volgende link klikken: Afbeeldingen timing en management van mineralen.

Projecten/Resultaten

2. Vitale bodem

Terugkerend onderdeel in alle thema’s is de bodemvruchtbaarheid, die zowel op korte als lange termijn de basis vormt van de gewasproductie. Dit komt met name tot uiting in het thema ‘Vitale Bodem’, waarbij de aandacht is gericht op het in stand houden van kringlopen en bodemgezondheid, leidend tot een goede gewasproductie en verminderde belasting van het milieu. Onder de noemer ‘Vitale bodem’ is een aantal deelonderwerpen te onderscheiden dat een rechtstreekse link heeft met mineralenmanagement. Goed mineralenmanagement is altijd gebaseerd op de vruchtbaarheid van de bodem waarop een gewas wordt geteeld. Een werkdefinitie voor bodemkwaliteit is: “het vermogen van de grond om op korte en lange termijn, voldoende water, lucht en nutriënten te leveren voor een gezonde bodem, hoge gewasproductie en lage omgevingsbelasting”. Op bedrijfsniveau zijn zaken als textuur en grondwaterstand niet of nauwelijks te beïnvloeden, maar andere aspecten van chemische, fysische en biologische bodemkwaliteit zijn dat wel. Gezamenlijk vormen zij de ‘Vitale bodem’. Kern van dit thema is dat een vitale bodem kan bijdragen aan de gewasproductie, met een lager gebruik van N en P en/of verbeterde efficiëntie. Hiervoor is noodzakelijk om kennisvragen te beantwoorden over organische stof, bodemleven en de wisselwerking daartussen. Voor N is het o.a. van belang hoe de mineralisatie van N uit organische stof optimaal benut kan worden.

Projecten/Resultaten

3. Mineralen en klimaat/energie

In het thema mineralen en klimaat/energie moet gezocht worden naar synergie, zogenaamde win-win situaties. Verbetering van het mineralenmanagement moet leiden tot behoud of verbetering van de rentabiliteit van de bedrijven en waar mogelijk tegelijkertijd een bijdrage leveren aan de doelstellingen op het gebied van energiereductie, reductie van broeikasgassen zoals koolzuur, lachgas en methaan. Deze hebben hun effecten op de klimaatdoelstelling. Voor wat betreft de emissie van broeikasgassen gaat het in de akkerbouw voornamelijk om koolzuur en lachgas. Emissie van lachgas ontstaat bij de processen nitrificatie (beperkt) en denitrificatie (belangrijk); processen die zich in de bodem afspelen. Denitrificatie vindt vooral plaats onder zuurstofarme omstandigheden bij aanwezigheid van minerale stikstof in de bodem. Zulke omstandigheden doen zich vooral voor als de grond verzadigd is met water en bij een verdichte bodem. Een goede bodemstructuur en een snelle afvoer van overtollig water helpt dus bij het voorkomen of beperken van denitrificatie. Emissie van lachgas kan zich bovendien voordoen bij de productie/toediening van kunstmeststikstof.

Het thema mineralen en klimaat/energie heeft veel raakvlakken met andere initiatieven, zowel binnen als buiten de akkerbouwsector. Waar mogelijk zal samenwerking worden gezocht.

Projecten/Resultaten

4. Mineralenkringlopen

Bij het zoveel mogelijk sluiten van mineralenkringlopen kan op vier verschillende niveau´s worden gedacht: (1) kringlopen binnen het bedrijf, (2) kringlopen binnen verschillende agrarische sectoren, op regionaal niveau, (3) kringlopen op nationaal niveau en (4) kringlopen op mondiaal niveau. De belangrijkste kringlopen die aan de orde komen zijn die voor stikstof en fosfaat, die voor dierlijke mest en die voor overig organisch materiaal (organische stof). De stikstofkringloop wordt in belangrijke mate bepaald door die van dierlijke mest en overige organische materialen. Dierlijke mest is een nuttige grondstof voor de teelt van akkerbouwgewassen. Het levert organische stof, N, P, K en een reeks van andere mineralen en spoorelementen. Probleem van dierlijke mest is dat niet alle mineralen op een voorspelbaar moment ter beschikking komen. Dit geldt overigens ook voor andere organische reststromen die in de akkerbouw worden gebruikt.

Biokringloop

Projecten/Resultaten

5. Communicatie

De centrale boodschap van de communicatie is een vertaling van de doelstelling van het masterplan: “Door een zo efficiënt mogelijke benutting van areaal en nutriënten met een minimale belasting van de omgeving wil de akkerbouw in 2030 emissieneutraal, rendabel, divers en zuinig zijn.

Het MMM voorziet met name de volgende doelgroepen van praktijkgerichte informatie: (1) akkerbouwers, (2) intermediairs (toelevering, afnemers, voorlichting en onderzoek), (3) bestuur en overheid en (4) maatschappelijke organisaties (m.n. onderwijs).

Om de doelgroepen te informeren, kunt u de afsluitende presentaties van het MMM gebruiken.

Projecten/Resultaten

6. Algemeen bemesting-, bodem- en wateronderzoek

Voordat het Masterplan Mineralenmanagement (MMM) werd gelanceerd liet de Commissie Teeltaangelegenheden praktijkgericht onderzoek op het gebied van bemesting, bodem en water uitvoeren. Het Productschap Akkerbouw verzorgde de projectleiding. Met de komst van het MMM valt het bemesting-, bodem- en wateronderzoek onder de paraplu van het MMM. Hieronder worden de projecten/onderzoeken, welke na 2009 zijn opgeleverd, opgesomd.

Iedereen kan onderzoekswensen bij het Productschap Akkerbouw inleveren. Telers, handel en industrie, voorlichters en onderzoekers dienen zo jaarlijks veel wensen en ideeën in. Voor het indienen van een onderzoekswens verwijst het MMM u graag naar de website van het Productschap Akkerbouw. De ingediende wensen worden vervolgens per regio verzameld en van een pre-beoordeling voorzien alvorens ze op de landelijke onderzoeksdag (1x per jaar) van een definitieve beoordeling worden voorzien.

Mocht u een erg urgente onderzoekswens hebben, dan biedt het MMM u de mogelijkheid deze direct kenbaar te maken. U kunt hiervoor één van de volgende formulieren downloaden (en daarna invullen en opsturen): onderzoekswens (pdf) of onderzoekswens (.doc). Dit formulier vult u in en stuurt u op naar het in het formulier genoemde postadres of faxnummer. Het MMM wil overigens benadrukken dat uw onderzoekswens ook "terug kan worden gestuurd" in het traject richting de landelijke onderzoeksdag.

Voor uw vragen, op- en aanmerkingen over het Masterplan Mineralenmanagement kunt u zich wenden tot Tjitse Bouwkamp (Productschap Akkerbouw).

' 079 368 7513 || 06 129 014 85
* mmm@hpa.agro.nl

Natuurlijk kunt u ook direct reageren op deze pagina.